Maandelijks archief: mei 2010

Eindelijk weer thuis

Eindelijk terug uit Amerika. D.w.z. ik ben al terug sinds 1 mei, maar ik had erg veel tijd nodig om bij te komen en gisteren moest ik weer gaan werken. dus heb ik me tot nu toe beperkt tot uitrusten. Tiswat hoor, ga je drie weken op vakantie, heb je bijna een week nodig om te ontspannen van alle ontberingen. Breek mij de bek niet open.

Overweldigend land
Allereerst en vooropgesteld; Amerika is geweldig. Het is een land interessant land. Overweldigend, groot, groots, overdreven fun, fun en nog meer fun, pretparken – Dollywood (van Dolly Parton), Disney world, Piggeon Ville, Sea World, nagebouwde Titanic, omgekeerd gebouwde huizen (fun!) enzovoort enzoverder. Vriendelijk, hartelijke, idioot vriendelijke mensen, maar ook nepvriendelijke mensen, die je met een neplach begroeten tot je je omdraait. Vies, vet, veel, maar -verrassend genoeg- vaak ook heel lekker eten. Alles is enorm, de natuur is enorm en spectaculair, de wegen zijn eindeloos, de gebouwen zijn idioot groot en hoog, maar wel weer in proportie met de wegen en de steden, dus je voelt je Alice in Wonderland.

Gróót
De mensen zijn ook groot. Jemig, daar ben ik een kleintje bij. Geen wonder met al dat vette en zoete eten en de hoeveelheden die je in een portie krijgt. De magere mensen, die er ook zijn, eten eigenlijk alleen maar sla en toast. Als je gezond wilt eten, moet je heel erg opletten; overal zit verborgen suiker (en niet zo’n beetje) in en vet. En overal moet gesmolten kaas overheen. Bij alles, ook bij een eenvoudige sandwicht, krijg je frites. Enfin, ik ben gelukkig niet aangekomen omdat ik erg heb opgelet, maar lief vond alles errug lekker, dus die is nu weer aan de sla.

Ontberingen
Maar nu dus die ontberingen; van die drie weken, hebben we ruim 24 uur in het vliegtuig gezeten, wat op zich best meeviel. Daarnaast hebben we 14 hotels gezien (waarvan 4 ècht heel vies, de rest was goed, maar allemaal buiten de bebouwde kom en niet op loopafstand van een stad, behalve in New Orleans, daar zaten we middenin de muziekwijk). Verder hebben we 5200 km in de bus gezeten, steeds op weg naar een ander hotel. Op het laatst haalden we de kamernummers door elkaar en wisten we niet meer waar we waren als we het hotel uitkwamen.

Onze eigen minibus
Echt rondlopen in Amerika was er dus niet veel bij. We zaten iedere dag 5 tot 8 uur met 13 flinke volwassenen, inclusief chauffeur en reisleidster, in een mini busje opgepropt, met onze veiligheidsriemen om (moesten we voor tekenen dat we dat zouden doen en er werd ook erg op gelet). De airconditioning was vaak kapot, of stuk, of er ontbrak een dekseltje waardoor een van de uitlaten achterin een enorme wind produceerde, die we dan weer probeerden tegen te gaan door het gat vol te proppen met papieren zakdoekjes. We mochten er om de anderhalf of twee uur even uit voor een ‘pipistop’ zoals ons piepjonge reisleidstertje dat noemde en werden verder behandeld als kleuters. Het meisje noemde ons haar “children’, of ‘little darlings’, of baby ducklings’. Tot op een punt dat ik de neiging kreeg haar te gaan sláán. Maar daar wist lief mij dan weer van te weerhouden .

Reisleiding?
Het was overigens een heel kek reisleidstertje, ze had – heel apart en lollig – twee verschillende sokjes aan – en later bleek dat ze gewoon het liefje was van de chauffeur, de eigenlijke reisleider, bij wie ze zogenaamd in opleiding was. Omdat er een plaats over was in de bus (we hadden er eigenlijk met zijn vijftienen in moeten zitten), mocht zij met hem mee, want op de reis na ons, bleef zij thuis. Als ze ons iets over de streek vertelde, zagen we haar eerst druk in reisgidsen bladeren, aantekeningen maken en daarna met een opgetogen gezichtje de feitjes oplepelen. Ze was er zelf heel blij en tevreden mee, want na elk verhaaltje, vergastte ze ons op een opgetogen ‘jeeeee!’
Het leek alsof er helemaal niets van te voren was voorbereid. Ter plaatse bedacht het meisje dingen, die dan later op de dag niet meer door konden gaan, vanwege tijdgebrek, of andere zaken waar zij ‘ons niet mee wilde vermoeien, omdat wij op vakantie waren’.

Little rebellion
Ik kreeg de bijnaam ‘little rebellion’, niet iets om trots op te zijn, want ik werd vaak vermanend of geërgerd door haar toegesproken als ik weer eens liet merken het niet prettig te vinden om zo door het land gesleurd te worden. Of als ik voorstelde ons eerst af te zetten in het hotel, zodat wij op eigen houtje een stad konden verkennen. Kon allemaal niet, want daar “was nothing to do”. (ja voor haar niet, zij was van het type pretpark). Overigens geldt dat voor veel Amerikanen; die gaan alleen maar voor de fun, lopen is er niet bij – ze doen alles met de auto, dus als je al eens ergens loopt, stoppen ze bij wijze van spreken voor je om te vragen of ze je ergens naar toe moeten brengen.

Avontuurlijk reizen
Enfin, de reis op zich was hel en ook de informatie die we vooraf van het reisbureau kregen was of niet goed, of niet compleet. En een groepsreis als deze gaan we dus nooit meer maken. Ik moet overigens eerlijk bekennen dat we de reis zelf ook niet erg zorgvuldig hebben voorbereid – we hebben bijvoorbeeld de tekst van de reis niet erg goed doorgelezen – bij het woord ‘avontuurlijk’ moet er al een lampje gaan branden, net als bij ‘zorgvuldig uitgekozen hotels’, of bij ‘onze eigen minibus’.

Maar volgend jaar gaan we wel weer terug. Op onszelf. Met een eigen auto of een camper. Want Amerika is werkelijk een belevenis.

Categorieën: 2010, Amerika | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

%d bloggers liken dit: