1998

Creatief in Frankrijk – wórd die boom

 

‘Vandaag tekenen we een boom.’  Vrolijk kijkt Henriëtte de groep rond. De deelnemers kijken afwachtend en belangstellend terug. 

'Kies een boom die jou iets doet, waar je iets bij voelt.  Levensecht hoeft niet, maar mag natuurlijk wel. Gebruik potlood, krijt of verf. Neem oude tijdschriften, scheur, knip en plak. Of combineer verschillende materialen. Hier liggen ook nog lapjes en bolletjes wol. Zie maar. Het mag een echte boom zijn, of een fantasieboom. Laat je creativiteit er maar op los.’

Aanmoedigend kijkt ze de cursisten één voor één aan. Ineens ziet ze dat er iemand ontbreekt;

‘Is Kees er niet?’

Nee, Kees is er niet. Kees laat weten dat hij pas na de pauze weer meedoet. Hij wil liever verder in zijn boek. Dat is zó interessant. Daar heeft ie veel meer zin in. En het is nu zo lekker buiten. Daar wil hij van profiteren. Nee, niets aan de hand. Hij wil gewoon zijn boek uitlezen. Dat is alles. Anna Maria bloost, terwijl ze het vertelt. Ze schudt bijna onmerkbaar haar hoofd als Henriëtte haar wat langer aankijkt; laat maar. Het is iets tussen ons.

 

Henriette weet dat het weinig zin heeft om steeds achter een onwillige cursist aan te lopen. Tenslotte is het vakantie en niemand is iets verplicht. Als Kees liever iets anders doet, dan doet Kees gewoon wat anders. Toch zit het haar niet helemaal lekker. Ze besluit om in de pauze even met Kees te praten om te kijken of hij niet toch weer een beetje mee wil gaan doen. Hij was degene geweest die deze cursus voor hem en Anna Maria had uitgezocht en de eerste paar keer was hij erg enthousiast geweest. Toegegeven, hij overdreef het wel een beetje, maar zo waren er wel meer. Ze recht haar schouders, zet Kees voor het moment even uit haar hoofd en wendt zich weer naar de anderen. ‘Kom op jongens, zoek een plekje, en dan lekker aan de gang.’  

 

Roezemoezerig beginnen de cursisten aan de opdracht. Al snel is iedereen geconcentreerd aan het werk. Anna Maria tekent een grote, brede, moederlijke boom met een dikke stam en stevige wortels. Met het puntje van haar tong stevig tussen haar lippen geklemd, kleurt ze er een flinke kruin bovenop, die vol in het blad zit. De ene kant van de kruin is licht, de andere donker.  Als ze klaar is, doet ze een stapje naar achtern. Tevreden bekijkt ze het resultaat. De boom is bijna levensecht. Je zou hem zo kunnen inlijsten, complimenteren de anderen haar.

‘Natuurlijk’, knikt Anna Maria blij, ‘ik heb er ook heel erg mijn best op gedaan.’

'Komt dat kleurverschil door de lichtval,’ vraagt Henriëtte belangstellend, ‘of heb je daar een bedoeling mee?’

Anna Maria doet een stap achteruit en bekijkt haar kunstwerk nog eens goed.

‘Verhip, ja,’ zegt ze, en een blos klimt omhoog, ‘ik heb twee verschillende kleuren groen gebruikt. Wat stom van me.’

‘Nee joh, hartstikke mooi juist,’ antwoordt Henriëtte, ‘dat maakt het authentieker. Ik dacht alleen dat je er misschien een diepere betekenis mee had. Maar niet dus.’ Ze legt een hand op de schouder van Anna Maria, die er ineens weer wat ongelukkiger uitziet. Verdorie, ze was net zo lekker aan het werk geweest en nu is haar mooie boom niet goed gelukt. Ze klemt haar lippen op elkaar en laat haar hoofd tussen haar schouders zakken, waardoor de hand van Henriëtte van haar rug glijdt.  Tranen blinken in haar ogen. Henriëtte geeft nog even een klopje op haar rug en gaat dan kijken bij de bomen van de anderen. Enthousiast vertelt iedereen over zijn of haar boom en ook Anna Maria klaart weer een beetje op. Leuke bomen heeft iedereen gemaakt, beaamt ze. Die van haar valt helemaal niet uit de toon.  

 

‘Oké, ' zegt Henriëtte, ‘als we klaar zijn met het bekijken en becommentariëren van ieders boom, is hier de volgende opdracht; kijk goed naar de boom die je hebt getekend. Stel je dan voor dat jij langzaam van bovenaf in die boom zakt. Neem er maar rustig de tijd voor. Wórd die boom. Voel dat jij het bent. De takken… de bladeren die wiegen op de wind… Voel de stam… de bast… zak naar de wortels en merk hoe ze in de aarde staan… Laat het maar gebeuren en wieg mee op de wind… of niet natuurlijk. En als je bladeren hebt, laat ze dan lekker ruisen. ’ De cursisten giebelen wat verlegen, maar doen vervolgens hun uiterste best om serieus hun fantasie te laten werken. Anna Maria doet haar ogen dicht, maakt zich breed en wiegt zachtjes heen en weer, terwijl ze haar armen boven haar hoofd spreidt.

 

Henriëtte laat het menselijke bos even zijn gang gaan. Na een paar minuten loopt ze naar een grote houten tafel waar dikke bonken grijze boetseerklei uitnodigend liggen te glimmen op even zovele planken. Naast de planken staan emmertjes met boetseergereedschap. Schorten hangen aan spijkers aan de muur. “Goed,' vervolgt ze, 'denk aan het gevoel dat je had toen je je voorstelde zelf je boom te zijn. Nu ga je de wortels van je eigen boom in klei uitbeelden.  Alles mag. Geneer je niet.’

Advertenties
Categorieën: 1998, Frankrijk | 6 reacties

Creatief in Frankrijk – de rollen omgedraaid?

 

 

De volgende dag komt Kees met veel branie de cursusruimte binnen. Hij heeft een wild gebloemde, half lange korte broek aan met een knalrode polo erboven. Boven zijn moeilijke schoenen steken hoog opgetrokken zwarte kniekousen.

Anna Maria is een beetje stilletjes en ziet er vooral nètjes uit. Haar blonde steile halflange haren recht afgeknipt met een keurig recht geknipte pony. Niets springt uit de band. Ze lijkt op een aankleedpop die je in de hoek zet en vervolgens stijf rechtop blijft staan. Haar persoonlijkheid is ver te zoeken.

  

Tijdens de bewegingsles houdt ze haar bewegingen klein en komt ze nauwelijks van haar plaats. Ze heeft haar ogen open, maar kijkt niet echt en probeert zo min mogelijk op te vallen. Maar Kees doet, zoals bij alles, ook nu zeer fanatiek mee. Wild en ongecontroleerd stoot hij om zich heen, en maait en veegt daarbij met zijn armen geregeld tegen de andere deelnemers aan.

‘Een beetje minder mag ook wel hoor Kees,’ lacht Henriëtte hem goedmoedig toe. Ze kijkt daarbij naar Anna Maria, die haar mondhoek een klein beetje optrekt. Dat bevalt Kees niet. Híj, in het openbaar, terechtgewezen? Zo is hij niet getrouwd met Anna Maria. Die wijst hem niet terecht. Die volgt hem. Die staat aan de zijkant en hij in het middelpunt. Dat had hij voor de cursus en de deelnemers precies zo gedacht.

‘Ik doe even niet meer mee,’zegt hij op hoge toon en banjert de zaal uit. Anna Maria beweegt zich heel even zijn richting op, maar haalt dan haar schouders op. Zij blijft. Pas na de oefening gaat ze hem achterna, maar al snel keert ze weer terug en terwijl iedereen achter de tekenborden gaat zitten, vraagt Henriette haar:

‘Komt Kees ook zo?’

‘Geen idee,” schokschoudert ze onverschillig, ‘ik zag hem niet meer’, en ze kijkt stug voor zich uit.

Henriette denkt even na, legt een bord en een vel papier in de kring en staat op om hem te zoeken. Niet lang daarna komt Kees met Henriëtte terug. Hij legt het boek, dat hij in zijn hand heeft, neer op een tafeltje en pakt het lege tekenbord, alsof dat daar vanzelfsprekend voor hem was neergelegd.

  

Henriëtte vraagt de groep na te denken over de vorige dag, welke betekenis die voor ieder heeft gehad en dat al associërend op te schrijven. Na haar uitleg neemt Kees meteen weer de kuierlatten. Hij grijpt zijn boek van de tafel;

‘Ik doe weer even niet mee’ mompelt hij voor zich uit en bijna onmerkbaar maakt Anna Maria maakt zich een stukje breder. Het lijkt erop alsof de rollen zijn omgedraaid. Zíj doet mee en hij zit mokkend aan de kant.  

 

Als de groep over de opgeschreven teksten praat, wordt ze emotioneel, en bij het opsommen van ieders kwaliteiten, houdt ze het op één verklaring over zichzelf;  ‘Ik ben open en kan grenzen stellen’ zegt ze vier keer achter elkaar, terwijl ze langzaam in de rondte draait en de cursisten stuk voor stuk aankijkt. Haar houding drukt precies het tegendeel uit. Want hoewel ze iedereen aankijkt, blijft haar blik naar binnen gekeerd.

Categorieën: 1998, Frankrijk | 12 reacties

Creatief in Frankrijk – Kees en Anna Maria

De eerste dag van de creatieve week druppelen alle deelnemers een voor een binnen. De een met de eigen auto, de ander van de trein gehaald door het busje van de Molen. Vier cursisten zijn in één auto gearriveerd. Kees en Anna Maria komen het laatst aan, maar Kees is direct wat je noemt 'erg aanwezig'.

Kees is licht gehandicapt. Hij loopt wat ongelukkkig, heeft aangepaste hoge schoenen, relatief korte armen, een gehoorapparaat (maar nog steeds een slecht gehoor), en een dikke donkere hoornen bril op zijn neus. Hij vindt alles meteen even genoeglijk en hoort er graag bij. Handenwrijvend van de gezelligheid, duikt hij, koud binnen, meteen in de koelkast en trakteert joviaal op een fles welkomstwijn. Gulzig klokt hij zijn eigen glas achter elkaar leeg, schenkt zichzelf en een paar anderen nog eens bij en trekt een tweede fles tevoorschijn.

 

Zijn vrouw, Anna Maria (duidelijk twee namen en twee duidelijke A’s aan het eind), is wat muizig. Zij vindt het allemaal zo lollig niet. Netjes en gewetensvol, zijn de woorden die bij je opkomen als je haar ziet. Iemand die tegen heug en meug haar plicht doet, en daar met geweld de zonnige kant van probeert te zien. Daar is ze zo druk mee bezig, dat ze bijna samenvalt met haar omgeving. Anna Maria draagt een keurige, hooggesloten beige katoenen zomerbloes met een klein ruitje en een dito plooibroekrok tot ver over de knie. Daaroverheen een – eveneens hooggesloten – fletsblauwe bodywarmer met het kraagje omhoog. Een beschaafde donkerblauwe schoudertas (niet al te groot) hangt schuin over haar borst. Blote voeten in beige zomerschoenen completeren het geheel. Ze oogt wat kouwelijk en lijkt te krimpen telkens als Kees iets zegt. Anna Maria zorgt voor en waakt over Kees maar ergert zich tegelijkertijd aan zijn bijna boerse manier van optreden. Het is haar levensopgave om hem te smoren in haar gelovige liefde. Was hij daar nou maar gelukkig mee, dan deed ze het tenminste nog ergens voor, maar hij laat voortdurend heel subtiel merken dat het voor hem nooit genoeg is en dat ergert haar zichtbaar.

In de zaal waar de volgende dag het eerste deel van de cursus wordt gegeven, ligt net een nieuw wit wollen tapijt. Daar mogen dus geen buitenschoenen op, ook al niet omdat er in die zaal ook yoga wordt gegeven. Kéés kan die schoenen niet uit doen, alla, daar is wat voor te zeggen, zonder die schoenen kan hij niet lopen, maar hij komt niet op het idee zijn schoenen extra zorgvuldig af te vegen, of er een soort van hoesje omheen te doen. Welnee. Hij ontkent zelfs luidkeels dat het duidelijk zichtbare vuil, dat duidelijk zichtbaar van zijn duidelijk zichtbare schoenen komt, van hem is. Toont zich bijna beledigd als hem gevraagd wordt om zijn voeten toch nog maar een keer te vegen.

Ook Anna Maria trekt haar schoenen in eerste instantie niet uit. Keurig nette, vrouwelijk opengewerkte zomerschoentjes zijn het. Met een platte hak. Heel verzorgd in een iets donkerder kleur beige dan haar ruitjesbroekrokpakje. Terwijl de andere cursisten hun schoenen naast de deur neerzetten, zie je haar denken; ‘Aan die onzin doe ik niet mee'. 

 

 

Categorieën: 1998, Frankrijk | 10 reacties

Hors fumée

Op het perron van het Gare de Lyon stonden twee in het wit geklede mensen met een karretje met bagage en een wit krullerig hondje in een tas erbovenop. De ritssluiting was stevig dichtgetrokken tegen zijn nek aan. Hij duwde onophoudelijk met zijn neus tegen de kleine opening aan en probeerde zich zo te bevrijden, wat niet lukte. Ik dacht dat het twee wat oudere en erg nerveuze oudere dames waren, maar in de trein bleken het een moeder met haar zoon van een jaar of twaalf te zijn. Moeder was erg zenuwachtig en praatte onophoudelijk in rap Frans tegen het kind aan.

‘Was dit wel het goede perron, dit wel de juiste trein, en wat ze zeggen wilde; dit was toch wel de tweede klasse, niet, en er werd toch niet gerookt, wel?’

De jongen gaf nergens antwoord op en zij stelde de vragen steeds opnieuw alsof ze in zichzelf stond te praten, maar al gauw begon ze omstanders aan te kijken die haar geruststelden of ja knikten, al naar gelang hun mate van ochtendhumeur.

‘Ah, bon, merci mesdames messieurs,’ antwoordde ze steeds opnieuw geagiteerd.

 Eenmaal in de trein, vroeg ze aan mij of ze niet toevallig in de 1ste klasse beland was.

'Nee hoor,' zei ik vriendelijk, 'ici c'est le deuxième, et hors fumée’.

Ze had de tas met het hondje erin op haar schoot gezet, met de rits een stukje open. Hondje Afwezig aaide ze het beestje over zijn kop terwijl ze voortdurend tegen het dier praatte. Het hondje keek nieuwsgierig in het rond en spitste telkens zijn oren als haar stem een beetje omhoog ging. De jongen keek onverschillig naar buiten en maakt niet de indruk dat hij hoorde wat ze allemaal tegen het mormel zei.     

 

Op de eerste tussenhalte bleven de deuren dicht. Mevrouw reageerde geschokt en stuurde het jongetje naar achteren om poolshoogte te nemen. Terwijl hij verschrikt wegliep, tilde zij alvast de bagage uit het rek. Daarbij kwam ze klem te zitten in het looppad.

 'Ah René, n'reste moi pas ici comme ca,'jammerde ze haar zoon achterna. Die maakte onmiddellijk rechtsomkeer en begon ook aan het bagagekarretje te sjorren. Het maakte niets uit. De tassen waren er in de breedte op vatsgegespt en staken aan weerszijden uit. Ze zaten muurvast. Het hondje, een Maltezer leeuwtje, kefte venijnig. Pas na hulp van de conducteur kwam het gevaarte in beweging. Mompelend en met een licht wanhopige uitdrukking op haar gezicht, trok ze het wagentje tussen de zitplaatsen door op weg naar de uitgang.

'Excusez-moi, pardon, je m'excuse,' riep ze terwijl ze de bagage hotsend en botsend langs de bankjes trok. René volgde in haar kielzog. De tas met het hondje ver voor zijn buik uitdragend. Hij had duidelijk niets met het dier.

  

Ze stapte nog niet uit, maar hield wel scherp de deuren in de gaten. Die gingen gewoon open en weer dicht bij iedere volgende halte, waarna mevrouw telkens opgelucht ademhaalde. Bij de eindhalte tuimelde ze als eerste met bagage, hondje en zoontje op het perron, waar ze vervolgens breed gebarend alle koffers en tassen weer op het karretje begon te laden. René stond er wat ongemakkelijk naast, met zijn slungelige armen langs zijn romp. Af en toe plukte hij wat aan een tas, maar werd dan meteen terecht gewezen door zijn moeder. ‘Pas comme ca René!’

 

Hij haalde zijn schouders op en stapte opzij.  Zijn blik naar binnen gekeerd.  Toen ze alle tassen en koffers had opgeladen, slenterde hij langzaam achter haar aan. Zijn vakantie was begonnen.

 

 

Categorieën: 1998, Frankrijk | 6 reacties

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

%d bloggers liken dit: