Maandelijks archief: maart 2011

Stormy weather

 

En toen was daar de regen. En de storm. En de overstromingen. En sneeuw vlakbij. De presentator op het Weatherchannel kwam zowat door het tv-scherm heen van enthousiasme. Eenentwintig maart! Begin van de lente! En dan dit weer! You might as well enjoy it while it lasts! Nou… eh… ik was hier ook een beetje voor de zon. En er was die dag een marathon gepland. Die arme deelnemers liepen tot hun enkels in het water en kwamen onderkoeld aan. Op de tv zagen we ze zitten; glimmende thermodekens om, bekers hete koffie in de hand. Er was een man van meer dan 200 kilo die de tocht in 9 uur en 48 minuten had volbracht. Een record; voor hemzelf, want in 2008 had hij dezelfde marathon in 11 uur en 48 minuten gelopen, maar ook voor het Guinnes Book of Records; hij was de zwaarste man die ooit de volledige marathon had uitgelopen. It is me toch allemaal what! Triomfantelijk stond hij te wijzen op zijn natte kleren en zijn blaren. Ik doe het hem niet na, al weeg ik minder dan de helft.

 

 

  • IMGP0793
  • IMGP0797
IMGP0797

 

 

Maar ja, die regenstorm dus en de overstromingen. Vanwege die regen zijn we op zoek gegaan naar iets om binnen te doen. Een museum dus. Die zijn er te kust en te keur in Los Angeles. De keuze viel op het Los Angeles County Museum of Modern Art (LACMA), het allergrootste kunstmuseum in West Amerika. Zeker zes paviljoens, waaronder een tentoonstelling van Japanse kunst in een prachtig ontworpen Japans gebouw, dat ook van binnen een feest is om te bekijken; helemaal opgetrokken uit in de rondte lopende ramps (hellingen). Het viel op dat er zoveel Europese kunst in hun musea hangt. Veel oude Meesters uit Nederland, Belgie en Frankrijk; Rembrandt, Frans Hals, Van Gogh, Degas enz. Ze zijn er erg trots op. Wonderlijk. Het is net als in de Hermitage in St. Petersburg waar ik jaren geleden was. De reisleidster wilde ons toen met alle geweld de kleine Hollandse Meesters laten zien, terwijl wij nou juist zo graag iets van de Russische kunst wilden bekijken. Geen tijd voor. Maar in het Lacma hebben we mooie dingen gezien, o.a. van Diego Revera en Frida Kahlo.

Vanwege het slechte weer konden we niet meteen naar het noorden rijden, omdat de wegen waren afgesloten. Dus trokken we naar het zuiden. Richting San Diego. Daar was het wel zonnig. Onderweg leek het eerst alsof de regen met ons meeging, maar na 100 kilometer begon het op te klaren. En in de 100 km die volgden, werd het steeds lekkerder buiten.

Terwijl we langs de zuidkust reden, kwamen we telkens op de weg geschilderde letters tegen: PED X-ING. Geen idee wat het was: pedofiles iksing? dat betekent helemaal niks. peddles ksing dan? Betekent ook niks. Op een gegeven moment stond er alleen nog maar X-ing, iksing? ksing? eksing? Ik werd er gek van. Wat kon dat toch betekenen? Toen kwamen we eenzelfde lettercombinatie tegen vlak voor een soort van zebrapad en ineens had Sjeng een helder moment; X-ING betekent crossing! En PED, riep ik meteeen daarna, zijn natuurlijk pedestrians, voetgangers! Jaja, samen komen wij er wel.

Advertenties
Categorieën: 2011, Amerika | 4 reacties

Los Angeles; Hollywood en Beverly Hills

 

In Los Angeles moest ik natuurlijk naar de Walk of Fame en de Hollywood Blow Ups. We sliepen in de Hollywood City Inn, een aardig motel dat ligt tussen de Sunset en de Hollywood Boulevard. Vlakbij dus. De eigenaar van het motel bevestigde het; yes, on walking distance, aboute one mile, maar we konden natuurlijk ook de metro nemen, die stopte op de hoek. Amerikanen houden niet zo van lopen namelijk. Maar wij wel, en voor anderhalve mile (nog geen drie kilometer) draaien wij onze hand niet om. Vol goede moed gingen we dan ook op weg. Ik herinnerde me dat we bij aankomst de Sunset Boulevard over waren gereden en dat we toen de berg met de letters zagen. Dat van de Sunset Boulevard klopte. We staken hem over en liepen verder. Op naar Hollywood Boulevard. De berg was al in zicht, maar grote witte letters waren nergens te bekennen. Na drie kwartier lopen, keken we nog eens op de kaart; verkeerde berg! Toen we ons omdraaiden, zagen we berg en letters wel liggen. Dat werd drie kwartier teruglopen en de Sunset Boulevard weer oversteken. Op de hoek bij ons hotel hebben we toen toch de metro maar genomen.

De Walk of Fame viel mij een beetje tegen. Het is een gewone straat van een kilometer lang met aan weerszijden op de stoep grote tegels waarin een gouden ster is ingelegd. Onder die ster staat de naam van een grote of een kleinere filmster. And that' s it. Niks handen of voeten, of handtekeningen. En dat was nou toch waar die Walk of Fame zo beroemd om was? Dat klopt, maar de echte Walk of Fame ligt voor de ingang van het Mann's Chinese Theatre. Daar liet Mary Pickford (wie kent haar nog?) als eerste een duidelijk zichtbare schoenafdruk achter in het witte cement. Daar vind je tegels, met hand- voet- en neus(!)afdrukken van sterren als Jane Mansfield, John Wayne, Shirley Temple, Brad Pitt, John Travolta, Arnold Schwarzenegger, Tom Cruise, Meryl Streep en andere grote corifeeen. Ik heb geen idee of daar nog wel eens namen bijkomen. Het plein leek aardig vol, dus ik neem aan dat alle nieuwelingen onder zo'n gouden ster op de Hollywood Boulevard komen. Sja, dat vind ik nou weer niet zo interessant. Dan kun je net zo goed een lijst aan de muur hangen met alle namen erop. Maar Amerikanen vinden het helemaal geweldig. Laten zich fotograferen op de ster met de naam van hun idool eronder, terwijl ze vrolijk op die naam wijzen. Kijk, daar staat ….., en moet je kijken, hier staat …..

Daarna was het tijd voor de Hollywood Blow Ups. Vanuit het Hollywood & Higland Centre kon je op een balustrade naar de letters kijken. Ze zijn inderdaad heel erg groot. En heel ver weg.

Volgens zeggen kun je in Beverly Hills heel chique winkelen, en de kans om daar zomaar een ster in het wild tegen te komen, is erg groot. Er worden dan ook celebritytours georganiseerd, langs de huizen van de daar woonachtige filmsterren Helaas zijn die huizen zo goed afgeschermd dat je alleen hekken en muren kunt zien. Maar die kun je dan ook goed bekijken. Nou ben ik toch al niet zo van beroemdheden kijken, en Sjeng al helemaal niet, dus dat hebben we maar gelaten voor wat het was.

 

 

  • IMGP0777
  • IMGP0789
  • Snapshot 1 (3-25-2011 6-29 PM)
Snapshot 1 (3-25-2011 6-29 PM)

 

 

Categorieën: 2011, Amerika | 11 reacties

Free refills

 

 

Hello there, how’re you doin’? I’m Sabrina, I am your waitress today. How may I help you? Please let me remind you that we have free refills of all our hot and soft drinks.

Good afternoon Sabrina, We are fine, thank you.  We would like to order some lunch. Let me see, I’ll have the lemon tilapia with green rice, coleslaw and spinach. And a hot tea please. Ook Lief doet zijn bestelling. Hij neemt koffie, die bijna onmiddellijk voor hem wordt neergezet. Een grote pot ernaast. Voor de free refills.

Sabrina lacht naar me. Lunch is coming right up ma’am. You can pour hot water from the coffeemachine to make youw own tea. The teabags are right next to it. If you need anything else, please let me know. I am here for you.

Thank you.

Ik loop naar het koffie apparaat en wil mijn handige metalen warmhoudbeker (aangeschaft bij Starbucks) onder het heetwaterkraantje houden. Net leg ik mijn hand op de handle, als Sabrina ineens naast me staat. Hoofdschuddend.

No ma’am, you cannot use your own cup.

Oh? Why is that?

Well, we have our own plastic cups. See? They are right next to the coffeemachine.

Okay, that’s fair, thank you. Can I ask you something?

Of course ma’ am.

It says here that you can take a free refill as often as you like.

That is true ma’am. We offer free refills.

That is nice and that is why I would like to fill my own cup, because it contains two cups of tea at the same time. An besides that; I like the material better than plastic.

Well ma’am, our policy is free refill in our own cups ma’am. So you may not use your own in here. I’m sorry.

Okay than. Ik lach haar vriendelijk toe, vul een plastic bekertje met heet water, pak een zakje thee en loop terug naar mijn tafeltje. Daar maak ik een kopje thee en gooi de inhoud over in mijn metalen beker met schroefdeksel. Als Sabrina mijn lunch komt brengen, ziet ze dat mijn plastic theebekertje leeg is.

Shall I bring you some more hot water and a teabag ma’am?

Yes please, ik knik dankbaar, terwijl ik vertwijfeld naar mijn hoog opgestaste bord kijk. Hoe krijg ik dit in ’s hemelsnaam weg? Dit is voedsel voor drie dagen. De volgende keer kan ik beter een seniorenmaaltijd nemen. Daar heb ik hooguit anderhalve dag genoeg aan.

Sabrina komt terug met een flinke pot heet water. Geboeg om twéé metalen warmhoudbekers mee te vullen. Here you go ma’am.

Thank you Sabrina, zeg ik, en ik wijs op het volle bord voor me, it looks very nice, but is is far too much for me, I am not such a big eater you see.

Oh, don’t worry ma’am, zegt Sabrina vriendelijk, If you cannot finish it, I can box it up for you to take home.

Ja dat is waar ook; vorig jaar vertelde een Amerikaanse mij dat zij niet begreep waarom wij in Nederland het eten dat wij in een restaurant overhouden, niet laten inpakken om thuis op te eten. Eeuwig zonde vond ze dat; all that food wasted. En dat was ik met haar eens, voedsel weggooien is verkeerd. Maar toen ik haar vertelde dat onze porties minimaal de helft kleiner zijn, vond ze dat wel een eyeopener. Yeah, that’s another possibility, zei ze peinzend.

Als we klaar zijn, brengt Sabrina twee meeneemdozen, waar driekwart van mijn lunch en de helft van die van Lief een plaatsje vinden. Die avond warmen we de left-overs op onze hotelkamer in de magnetron weer op. One meal serving two. Handig hoor. En goedkoop!

 

Categorieën: 2011, Amerika | Tags: , , , , , , , , | 4 reacties

Your wife is a genius

 

In het vliegtuig naar Los Angeles dacht ik, na een uurtje of zeven vliegen: “Dit nooit meer!” Het vliegtuig was afgeladen vol. Mijn benen deden pijn en mijn rug voelde alsof ik 7 uur opgepropt had gezeten in een te krappe vliegtuigstoel naast een enorme dikke Amerikaan. Wat ook zo was. Gelukkig zat ik aan het gangpad en hij in het midden, wat de helft scheelde. Intussen had ik, op mijn privé filmschermpje (luxe hoor!) ongeveer acht afleveringen gezien van vier verschillende Amerikaanse series die ik thuis toch al volg, maar die ik toevalligerwijs nog niet had gezien, ik had een stukje Black Swan bekeken en nog een stukje van The King’s speech gezien en mijn ogen stonden op scheel. Ik had de krant gelezen, de oortjes van mijn MP3-spelertje in mijn oren gedaan, maar er – vanwege het lawaai van de motoren niets van kunnen horen. Ik had geprobeerd te slapen, wat niet wildelukken. Ik had water gedronken, jus d’orange, tomatensap en weer water. Ik had een maaltijd verorberd, een snackje gegeten, een zakje zoute amandelen genuttigd en nog weer iets anders te eten gekregen. Ik was elk uur even opgestaan om een rondje naar het toiletje te maken. Ik was het zat en ik moest nog minstens vier uur, want we hadden wind tegen had de gezagsvoerder ons via de intercom meegedeeld.  Kortom; ik besloot daar en dan dat ik nooit meer zo’n lange reis zou maken.

Maar zodra we geland waren, was het leed geleden. Want Amerika blijft een fantastisch land. Behalve dan dat we ontvangen werden als eersteklas boeven. Bij het verlaten van het vliegtuig moesten we ons paspoort geopend in de hand houden. Aan weerszijden in de sluf stonden een stuk of tien, zwaar bewapende, politie agenten die ons nors toestaarden. Daarna in een lange rij wachten voor de paspoortcontrole waar van alle tien onze vingers afdrukken werden gemaakt en van mijn onbebrilde hoofd een foto. Wat we hier kwamen doen, of we al eens eerder in Amerika waren geweest, zo ja wanneer en hoe lang dan, waarvoor dan wel en waar was dat?  Tot slot alleen nog de douane door, die ons ook al onvriendelijk toesnauwde dat we door mochten lopen, maar toen lag de nieuwe wereld dan ook helemaal voor ons open.

Nadat we onze fonkelnieuwe huurauto afgehaald hadden, kon het avontuur beginnen. Nou ja… nog niet helemaal, want zowel lief als ik bleken niet met een automaat overweg te kunnen. Hortend en stotend probeerden we het parkeerterrein te verlaten, wat niet lukte. Zelfs een rondje over datzelfde parkeerterrein zat er niet in. Na één bochtje zette lief hem half op een andere parkeerplek en ging ik terug naar het kantoortje om te vragen of iemand ons kon vertellen hoe we zo’n automaat moesten bedienen. Nou dat kon; een vriendelijke oude Amerikaanse man die al achtenveertig jaar zijn rijbewijs had, wilde wel een lesje komen geven. Hij legde ons geduldig uit hoe alles werkte; dit was de sleutel; die moest daar in, maar je kon de deuren ook automatisch openen, daar zat de ruitenwisser, en hier het knopje voor de achterruitverwarming. En als we de achterbak wilden openen, ging dat ook met de sleutel. Hij vertelde ons dat we absoluut moesten stoppen als er STOP op de weg stond, dat de richtingaanwijzer naar links moest als we naar links wilden en rechts voor de andere kant. Allemaal heel lief natuurlijk, maar wij wilden graag uitleg over de automaat. O, nou, maar dat kon. Eerst mocht lief het proberen, maar die vond het te moeilijk. Toen was ik aan de beurt en ik was “very good.” Hij draaide hij zich om naar lief, “your wife is very good, mister.” Jaja, knikte lief, dat weet ik, maar kon meneer ons die Neverlost (een Amerikaanse Tomtom) ook nog even uitleggen? Dat wilde meneer best, maar hij had er duidelijk helemaal geen verstand van. Het liep erop uit dat ik hem uitlegde  hoe het ding bediend moest worden. En toen zei deze superaardige man tegen lief; “your wife is a genius”. En dat moest lief beamen.

wordt vervolgd

Categorieën: 2011, Amerika | Tags: , , , , , , | 6 reacties

Blog op WordPress.com.

%d bloggers liken dit: