Berichten getagd met: douane

You need an adress!

Bij het online inchecken, bleek mijn visum niet te vinden. Vreemd, want daarmee ben ik vorig jaar ook naar Amerika geweest en hij was nog geldig tot november. Enfin, dat werd inchecken op Schiphol, waar ze ook in eerste instantie mijn visum niet konden traceren, maar in tweede instantie wel. So far so good.
We wilden twee gangplaatsen naast elkaar, maar dat ging niet meer. Erger nog; er was nog maar een raamplaats beschikbaar, want het vliegtuig was overbooked. ” Tja,” zei de steward, ” dat is normaal; we gaan uit van zeker 10% afmelding, maar nu is iedereen in de Economy Class op komen dagen. Er zijn verder alleen nog plaatsen in de eerste klas”. Vond ik geen bezwaar, maar helaas pindakaas, ze gingen wel schuiven met de Silver and Golden Frequent Flyers, of met mensen die Priority vlogen. Die hebben een streepje voor en krijgen dan een upgrade. Maar ik moest wel bij de gate wachten tot iedereen binnen was, want op het laatste moment konden er nog eersteklassers bij komen. Dus niks Dutyfree Shoppen. Wachten!

Sjeng ging nog even roken voordat we gingen vliegen. Briesend kwam hij terug van de rookruimte;
“‘Met 30 anderen op elkaar geplakt in een hok van 3 x 1,5 meter, alsof je een junk bent. Je wordt als roker gewoon gestraft! ” Hij had ergens gelezen dat de directeur van Schiphol persoonlijk voor deze maatregel had gezorgd. Zo van kijk ons eens goed ons best doen. Het ergste vond hij nog dat het rookkamertje vlak naast een enorme ruimte met gokkasten lag. “Gokken mag wel, want daar wordt aan verdiend.”
Enfin, in Amerika stond, en staat, hem op dat gebied nog het nodige te wachten; nergens mag je binnen roken en op straat minimaal 50 tot 100 feet buiten de deur. Zelfs buiten op je eigen balkon, met de deur open, levert in sommige hotels een boete van 200 dollar op. Daarvan gaat hij natuurlijk steigeren en doet ie het juist. Net als dat hij altijd precies op parkeerplekken gaan staan waar het niet mag, of via de entrance naar buiten rijdt en bij de exit naar binnen gaat. “Ach,” zegt hij dan, ” wie ziet dat nou, en als ze er wat van zeggen, zeg ik gewoon: I’m from Europe, I don’t understand.” Een enfant terrible noemde mijn moeder vroeger iemand met zulk opstandig gedrag. Ik moet er wel om lachen, maar hij krijgt nog eens een fikse boete hier, wat ik je brom.

Uiteindelijk kon ik toch mee en zaten we  samen helemaal achterin. Fijne vlucht gehad, geen vertraging, en gelukkig niets gemerkt van de vliegtuigbom die die ochtend ontdekt was.

Maar de aankomst  in Boston was alsof we in jaren vijftig Rusland terecht waren gekomen. Doordat we als laatsten het vliegtuig waren ingestapt, konden we er ook pas als laatsten weer uit, zodat we aan het eind van de zes rijen dikke rij  voor de douane stonden. Toen we na 2 uur (!) eindelijk aan de beurt waren, mochten we van een SSmannetje met een zorgvuldig geschoren puntsikje onder zijn onderlip, niet doorlopen, omdat we nog geen logeeradres hadden ingevuld op het formulier. Precies Moskou vlak na de val van de Muur. Rondreis op de bonnefooi? Dat had u gedacht:
“I need an adress where you can be reached. You can book a hotel at the desk overthere and then you can return. Good day! Next!” Alles op blaffende toon met een uitdrukking op zijn gezicht alsof we de grootste boeven op  aarde waren. Nee, heel vriendelijk hoor. Daar kun je een oorlog mee winnen. En je voelt je ook echt welkom. Maar toen we afdropen, werd ons bij de desk door een aardige meneer geadviseerd om een willekeurig hoteladres op te schrijven, waarna hij ons naar een andere douanier bracht, die heel wat vriendelijker was.

Advertenties
Categorieën: 2012, Amerika | Tags: , , , , , , | 1 reactie

Your wife is a genius

 

In het vliegtuig naar Los Angeles dacht ik, na een uurtje of zeven vliegen: “Dit nooit meer!” Het vliegtuig was afgeladen vol. Mijn benen deden pijn en mijn rug voelde alsof ik 7 uur opgepropt had gezeten in een te krappe vliegtuigstoel naast een enorme dikke Amerikaan. Wat ook zo was. Gelukkig zat ik aan het gangpad en hij in het midden, wat de helft scheelde. Intussen had ik, op mijn privé filmschermpje (luxe hoor!) ongeveer acht afleveringen gezien van vier verschillende Amerikaanse series die ik thuis toch al volg, maar die ik toevalligerwijs nog niet had gezien, ik had een stukje Black Swan bekeken en nog een stukje van The King’s speech gezien en mijn ogen stonden op scheel. Ik had de krant gelezen, de oortjes van mijn MP3-spelertje in mijn oren gedaan, maar er – vanwege het lawaai van de motoren niets van kunnen horen. Ik had geprobeerd te slapen, wat niet wildelukken. Ik had water gedronken, jus d’orange, tomatensap en weer water. Ik had een maaltijd verorberd, een snackje gegeten, een zakje zoute amandelen genuttigd en nog weer iets anders te eten gekregen. Ik was elk uur even opgestaan om een rondje naar het toiletje te maken. Ik was het zat en ik moest nog minstens vier uur, want we hadden wind tegen had de gezagsvoerder ons via de intercom meegedeeld.  Kortom; ik besloot daar en dan dat ik nooit meer zo’n lange reis zou maken.

Maar zodra we geland waren, was het leed geleden. Want Amerika blijft een fantastisch land. Behalve dan dat we ontvangen werden als eersteklas boeven. Bij het verlaten van het vliegtuig moesten we ons paspoort geopend in de hand houden. Aan weerszijden in de sluf stonden een stuk of tien, zwaar bewapende, politie agenten die ons nors toestaarden. Daarna in een lange rij wachten voor de paspoortcontrole waar van alle tien onze vingers afdrukken werden gemaakt en van mijn onbebrilde hoofd een foto. Wat we hier kwamen doen, of we al eens eerder in Amerika waren geweest, zo ja wanneer en hoe lang dan, waarvoor dan wel en waar was dat?  Tot slot alleen nog de douane door, die ons ook al onvriendelijk toesnauwde dat we door mochten lopen, maar toen lag de nieuwe wereld dan ook helemaal voor ons open.

Nadat we onze fonkelnieuwe huurauto afgehaald hadden, kon het avontuur beginnen. Nou ja… nog niet helemaal, want zowel lief als ik bleken niet met een automaat overweg te kunnen. Hortend en stotend probeerden we het parkeerterrein te verlaten, wat niet lukte. Zelfs een rondje over datzelfde parkeerterrein zat er niet in. Na één bochtje zette lief hem half op een andere parkeerplek en ging ik terug naar het kantoortje om te vragen of iemand ons kon vertellen hoe we zo’n automaat moesten bedienen. Nou dat kon; een vriendelijke oude Amerikaanse man die al achtenveertig jaar zijn rijbewijs had, wilde wel een lesje komen geven. Hij legde ons geduldig uit hoe alles werkte; dit was de sleutel; die moest daar in, maar je kon de deuren ook automatisch openen, daar zat de ruitenwisser, en hier het knopje voor de achterruitverwarming. En als we de achterbak wilden openen, ging dat ook met de sleutel. Hij vertelde ons dat we absoluut moesten stoppen als er STOP op de weg stond, dat de richtingaanwijzer naar links moest als we naar links wilden en rechts voor de andere kant. Allemaal heel lief natuurlijk, maar wij wilden graag uitleg over de automaat. O, nou, maar dat kon. Eerst mocht lief het proberen, maar die vond het te moeilijk. Toen was ik aan de beurt en ik was “very good.” Hij draaide hij zich om naar lief, “your wife is very good, mister.” Jaja, knikte lief, dat weet ik, maar kon meneer ons die Neverlost (een Amerikaanse Tomtom) ook nog even uitleggen? Dat wilde meneer best, maar hij had er duidelijk helemaal geen verstand van. Het liep erop uit dat ik hem uitlegde  hoe het ding bediend moest worden. En toen zei deze superaardige man tegen lief; “your wife is a genius”. En dat moest lief beamen.

wordt vervolgd

Categorieën: 2011, Amerika | Tags: , , , , , , | 6 reacties

Blog op WordPress.com.

%d bloggers liken dit: